Het eerste Griekenlandverhaal heeft gisteren in het Financieele Dagblad gestaan. Volg de link hieronder.
Griekenland.docx
Belgrado Servië Balkan David Jan Godfroid
Het eerste Griekenlandverhaal heeft gisteren in het Financieele Dagblad gestaan. Volg de link hieronder.











En tot slot nog de gedenksteen voor Alexandros Grigoropoulos, een vijftienjarige jongen die op 6 december 2008 werd doodgeschoten door de politie. Zijn dood was aanleiding voor een maandlang van rellen in Athene. Dat waren pas veldslagen.
Tien jaar geleden was ik er voor het laatst beroepsmatig: in Griekenland. Het valt buiten mijn NOS-gebied, dus de paar keer dat ik er in de tussentijd ben geweest, was alleen voor de zon, de zee en de eilanden.
Hoewel de economische crisis in Servië volgens premier Cvetković op z'n laatste benen loopt, is daar in de straat nog niet veel van te merken. Heel veel winkels sluiten de deuren, hetgeen voor straatverkopers van lelijke schilderijen wel prettig is. Kunnen ze hun eigen buitenetalage maken.
Ronkende woorden uit de mond van president Boris Tadić. Hij had gisteren voor de gelegenheid een cameraman van het agentschap FoNet opgetrommeld voor een hoogst belangwekkende presidentiële boodschap. De relaties met China staan "op het hoogste niveau in de geschiedenis," zei hij met ernstige blik. Nou is dat niet zo moeilijk, want het huidige Servië bestaat nog niet zo lang als staat en ik kan me niet voorstellen dat de historische Servië's er uitbundige contacten met China op na hebben gehouden. Maar goed.



Radomir dus. Ik schreef er al over voordat ik naar Bulgarije vertrok, dus dat ga ik niet herhalen. Het waren twee vermoeiende dagen. Niet zozeer omdat het van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat werken was (dat gebeurt wel vaker), maar meer omdat het om de een of andere reden niet wilde vlotten. Als je de invloed van massa-ontslag op een klein stadje wilt laten zien, heb je natuurlijk mensen nodig die ontslagen zijn om hun verhaal te vertellen. Het wilde maar niet lukken om mensen te vinden die dat wilden. Ontslagenen genoeg, maar zodra het woord camera viel, hielden ze de lippen stijf op elkaar. "Angst" was de uitleg die ik kreeg als ik vroeg naar het waarom. Sommigen haalden er het communisme bij; een periode waarin je maar beter over alles je mond kon houden, zeker tegen een buitenlander. Anderen zeiden dat ze, als de crisis eenmaal voorbij is, graag weer in de fabriek willen werken. En stel je voor dat de directie me op televisie te zien krijgt... Uiteindelijk is het overigens allemaal wel gelukt.
En alles in die fabriek is staal, staal en nog eens staal (ze maken er onderdelen voor de staalindustrie; hoogovens en zo).
De fabriek is in 1989 opgeleverd en nu ziet-ie er zo zo uit:
Ik barst van het materiaal. Dat ga ik morgen met Sale eens rustig bekijken en dan gaan we er vrijdag een mooie reportage voor het Journaal van maken. En dan komt er ook nog een radioreportage. Uitzenddata weet ik nog niet.

Tot eind vorig jaar was dat een goed draaiende en een prettige winst opleverende fabriek. Maar plotseling is het met een noodgang bergafwaarts gegaan. Eerst geen gas (honderd ontslagen), nu geen opdrachten (zeshonderd ontslagen). Tot voor kort draaiden er nog drie ploegen, nu nog maar één. Van de oorspronkelijke efhonderd werknemers zijn er nog maar vierhonderd over.
Gisteren schreef ik een beetje somber over de staat van de Servische economie. Vandaag is alles anders, want ik las zojuist dat Servië een vrijhandelsverdrag heeft getekend met Wit-Rusland. Over en weer zullen er geen importheffingen worden betaald. Stop de persen, hijs de vlag. Als dat geen goed nieuws is, zalf op de wonde en olie op de golven van de turbulente economie. Zo zie je maar waar een skivakantie van de Witrussische president Loekasjenko op Kopaonik toe kan leiden. Ik ben een paar keer in Wit-Rusland geweest en wat me daar in economische zin van bij is gebleven is dat het daar geen vetpot is. Benieuwd wat Servië erheen gaat exporteren. Hier kunnen we in ieder geval een stroom aan tractors verwachten, want als de Witrussen één ding kunnen, dan is het tractors in elkaar sleutelen.
We moeten overigens niet te vroeg juichen. Servië (eigenlijk toen nog Joegoslavië) heeft ergens in 2000 ook een dergelijk akkoord gesloten met de grote bondgenoot Rusland. Leek ook prachtig. Helaas heeft het Russische parlement, de Doema, die overeenkomst tot op de dag van vandaag nog niet bekrachtigd. Fijne bondgenoot.
Het is een gevaarlijke eigenschap hier op de Balkan: de ogen sluiten voor dingen die mis gaan. Je ziet het eigenlijk overal: we ontkennen dat de globale economische crisis ons land zal raken (zeker als er verkiezingen aan zitten te komen) en als het uiteindelijk niet meer te ontkennen is, weten we van gekkigheid niet wat we moeten doen.
Roemenië was wat aan de late kant met haar klop op de deur bij het Internationaal Monetair Fonds. Hoewel de aandelenkoersen al met 70 procent waren gekelderd als voorbode van een heuse economische crisis, bezwoer president Basescu in november vorig jaar nog dat “Amerika’s financiële crisis Roemenië niet zal bereiken”. Hij sprak de gedenkwaardige woorden dat de crisis was veroorzaakt door corruptie in de VS, en dat Roemenië er dus van gevrijwaard zou blijven (want, dames en heren, u denkt er misschien anders over, maar in Roemenië bestaat geen corruptie, voeg ik daar aan toe). Opgewekt kondigde meneer de president voor 2009 een economische groei van 5 tot 7 procent aan. Er zaten toen parlementsverkiezingen aan te komen. Vandaar.
Even een adempauze, wat zal ik eens doen? Allerleerst genieten van het feit dat de zon schijnt, hoewel het buiten nog geen tien graden is. En dan?
Je hoort vaak dat Serviërs en Grieken van die goede vrienden zijn. Nou, niet altijd dus. Op dit moment zijn ze in staat elkaar de hersens in te slaan. Dat komt zo. Voertuigen met buitenlandse kentekenplaten moeten in Servië veel meer snelwegtol betalen dan auto's die in Servië geregistreerd zijn. Ook voor mij is dat een bijna dagelijkse ergernis. Omdat Grieken en Serviërs zulke goede maatjes zijn, beloofde de Servische regering zes jaar geleden dat Griekse vrachtwagens vanaf 2009 het lokale tarief zouden betalen, er waarschijnlijk op rekenend dat de Grieken dat tegen die tijd (nu dus) vergeten zouden zijn. Niet dus. Servië is voor Griekse transportondernemingen van groot belang, hun vrachtwagens moeten er doorheen om de rest van Europa te kunnen bereiken. Er staat dus wat op het spel.
Ja hoor, is het een bijna lenteachtige zestien graden in Belgrado, besluiten de Russen de gaskraan weer open te draaien. Onderbreking van de toevoer heeft natuurlijk alleen zin als het koud is, bij hogere temperaturen is er geen lol aan, moeten ze in Moskou wel denken. Afijn, dat gas schijnt nu echt op weg te zijn. Ik las zojuist dat Slowakije al krijgt. Wanneer het hier de grens over gaat komen, weten we nog niet. Voor mij is dat erg lastig, want de NOS wil graag een reportage en het mooiste zou natuurlijk zijn als ik bij het pompstation aan de grens sta als de eerste kubieke meter Servië binnenkomt. Dat is mooi voor het plaatje: uitslaande metertjes, levendige computerschermen en opgetogen gasmensen. Pobleem is dat de verantwoordelijke mevrouw bij Srbijagaz al de hele dag haar telefoon niet opneemt. Zal wel te maken hebben met sveti Jovan, één van de grotere slava's. Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat Ljiljana (de gasmevrouw) met haar familie feest zit te vieren. Prioriteiten moeten nu eenmaal gesteld worden.

Het gaat niet goed met de dinar of beter gezegd: het gaat uitermate beroerd met de dinar. Konden de Serviërs nog geen vier maanden geleden met een opgewekt gemoed naar het wisselkantoor om voor vijfenzeventig dinar een euro te kopen, vandaag betalen ze er meer dan negentig voor. En dat is een belangrijke psychologische grens, zei de baas van de Servische Centrale Bank een poosje geleden. Diezelfde Centrale Bank blijft maar euro's in de economie pompen, maar het lijkt niets te helpen. Het buitenland komt hier zijn geld niet meer besteden en Serviërs blijven maar euro's kopen, omdat ze als de dood zijn hun spaargeld voor de tweede keer te verliezen. Gevolg: er zijn veel te weinig euro's en veel te veel dinars. Ander gevolg: geïmporteerde spullen worden duurder en duurder. Nog een ander gevolg: de salarissen worden steeds minder waard. Deskundigen hopen nu maar dat er de komende feestdagen heel veel in het buitenland wonende Serviërs naar huis komen. Die nemen namelijk euro's mee en daar kopen ze dinars voor. Dat kan wat verlichting brengen. Misschien een goed idee voor jullie, bezoekers. Ga dit jaar eens niet op wintersport in Oostenrijk, vergeet de kerstdagen op de Canarische Eilanden. Kom met z'n allen skieën op Kapaonik of feesten in Belgrado. Dan sla je twee vliegen in één klap: het is hier veel leuker dan in Oostenrijk en dan op de Canarische Eilanden en je helpt dit land er misschien weer een beetje bovenop. Zegt het voort, laat heel Nederland hierheen komen.