Helden zijn ook maar gewone mensen. Laszlo Tökes, de gereformeerde dominee van Hongaarse afkomst, bij wiens kerk in Timisoara de Roemeense revolutie van 1989 begon, is van zijn vrouw af. Of beter: zij is van hem af. Mevrouw Tökes had genoeg van zijn "herhaalde ontrouw en gebruik van lichamelijk geweld". Geen held meer (dat is-ie voor velen trouwens nooit geweest), maar gewoon een man die vreemd gaat en zijn vrouw slaat. Voor de geïnteresseerden: hier de reportage die ik in december in Timisoara maakt. (Dank voor de tip, Cornelis).zaterdag 27 februari 2010
pak slaag
Helden zijn ook maar gewone mensen. Laszlo Tökes, de gereformeerde dominee van Hongaarse afkomst, bij wiens kerk in Timisoara de Roemeense revolutie van 1989 begon, is van zijn vrouw af. Of beter: zij is van hem af. Mevrouw Tökes had genoeg van zijn "herhaalde ontrouw en gebruik van lichamelijk geweld". Geen held meer (dat is-ie voor velen trouwens nooit geweest), maar gewoon een man die vreemd gaat en zijn vrouw slaat. Voor de geïnteresseerden: hier de reportage die ik in december in Timisoara maakt. (Dank voor de tip, Cornelis).dinsdag 22 december 2009
gruwel
Een stroom aan Roemeniëverhalen dezer dagen. Natuurlijk. Twintig jaar geleden stond het land in brand, probeerde een wanhopige, vertrapte Roemeense bevolking een einde te maken aan een van de meest wanstaltige dictaturen van de vorige eeuw; die van Nicolae Ceausescu. Ook ik heb mijn steentje bijgedragen aan de verhalenstroom; vanochtend op radio, vanavond in het 8 uur Journaal. Ik heb een dubbel gevoel bij die revolutie. Natuurlijk, de Roemenen hadden het volledige recht om in opstand te komen, maar de manier waarop de revolutie verliep was niet zo fraai. Hierboven in de video indringende beelden van de laatste momenten van Ceausescu en zijn vrouw Elena. Moest dat zo? Mij komt het voor dat zelfs deze man en deze vrouw een eerlijk proces gegund had kunnen worden in plaats van een anderhalf uur durende showvoorstelling en een vernederende executie. Maar ik ben geen Roemeen, ik kan niet meepraten over de ontberingen die aan de revolutie voorafgingen, de woede en de frustratie, de uitzichtloosheid, de machteloosheid, de vertraptheid. Misschien had ik met genoegen het executiewapen gehanteerd als dat wel zo was geweest. Wat er na de dood van de Ceausescu's is gebeurd, kan al evenmin fraai worden genoemd. Veruit de meeste doden en gewonden zijn toen gevallen na Ceausescu's dood. Veel Roemenen hebben het gevoel dat hun opstand in die dagen is verworden tot een paleisrevolutie door tweederangscommunisten, die Ceausescu hebben opgeofferd voor hun eigen macht. De man bij wie de revolutie begon, Laszlo Tökes (zelf overigens ook geen heilige) zegt dat ook in de reportages die ik heb gemaakt. Feit is dat Roemenië er niet goed aan toe is of beter: dat de meeste Roemenen er niet goed aan toe zijn. De revolutie heeft een beperkte groep mensen macht en geld gebracht, terwijl een groot deel van de bevolking dagelijks moet knokken om de eindjes aan elkaar te knopen, dagelijks tegen overdadige corruptie aanloopt, dagelijks moet aanzien hoe georganiseerde schurken vrijwel onbeperkt kunnen roven en moorden en moet toezien hoe vriendjes elkaar de (politieke) macht toeschuiven. Misschien moet de echte revolutie nog komen.
dinsdag 15 december 2009
achterlopen
helden en schurken




Revolutie is ook een verhaal van helden en schurken. De geschiedenis wil de nuances nog wel eens uitwissen. Laszlo Tökes bijvoorbeeld. Hij geld als held bij uitstek. Hij heeft voor zijn rol zelfs de Nederlandse Geuzenpenning ontvangen. Bij zijn kerk begon de revolutie en dat wil de Hongaarse en protestantse minderheid (Tökes is een protestantse Hongaar) maar al te graag weten. "Lang leve Laszlo Tökes. Vrijheid", staat er (in het Hongaars) op een bord dat gisteren op zijn kerk werd onthuld:


vrijdag 11 december 2009
fraude?
dominee
donderdag 19 november 2009
alba iulia
Alba Iulia is een aardig plaatsje van zo'n zeventigduizend inwoners in Centraal-Roemenië. Ze doen er daar van alles aan om toeristen te lokken; vooral naar de historische citadel. Daar staan onder meer een enorme kathedraal, een museum en een gebouw waar op 1 december 1918 de her- of vereniging van Roemenië werd getekend. En elke dag om twaalf uur wordt in een koddige ceremonie de wacht gewisseld.
Er worden miljoenen besteed aan renovatiewerkzaamheden. Dat geld komt voornamelijk uit Europese fondsen. Voorwaarde om daarvoor in aanmerking te komen is wel dat Roemenië zelf ook een duit in het zakje doet en daar zit hem de kneep van de reportage die ik ga maken.
De burgemeester van Alba Iulia is een goede vriend van president Basescu en een hoge piet in de liberale partij. Korte lijntjes en, ondanks het geldgebrek van de regering, nog steeds vlotte financiële medewerking uit Boekarest dus voor al die projecten. Ze zijn nu in Alba Iulia als de dood dat Basescu de verkiezingen gaat verliezen en dat de liberalen niet in een nieuwe regering zullen zitten, want dan kon de geldstroom wel eens heel snel opgedroogd zijn. Zo gaat dat in de Roemeense (en niet alleen in de Roemeense) politiek.
Nog een aardig tafereeltje van de terugreis. Sta ik voor de spoorbomen te wachten, komt er ineens een hele roedel straathonden de weg op. Reden? Eten.

dinsdag 17 november 2009
hier ben ik
dinsdag 28 juli 2009
stroom


donderdag 26 maart 2009
kop in het zand
Roemenië was wat aan de late kant met haar klop op de deur bij het Internationaal Monetair Fonds. Hoewel de aandelenkoersen al met 70 procent waren gekelderd als voorbode van een heuse economische crisis, bezwoer president Basescu in november vorig jaar nog dat “Amerika’s financiële crisis Roemenië niet zal bereiken”. Hij sprak de gedenkwaardige woorden dat de crisis was veroorzaakt door corruptie in de VS, en dat Roemenië er dus van gevrijwaard zou blijven (want, dames en heren, u denkt er misschien anders over, maar in Roemenië bestaat geen corruptie, voeg ik daar aan toe). Opgewekt kondigde meneer de president voor 2009 een economische groei van 5 tot 7 procent aan. Er zaten toen parlementsverkiezingen aan te komen. Vandaar.Maar ook in januari beweerde Basescu nog dat het allemaal wel meeviel met de gevolgen van de economische crisis en dat een geringe bijdrage van de Europese Unie het land er wel doorheen zou slepen. Dat was buiten de instortende export en uit-, danwel afstel van investeringen gerekend. Het IMF kwam met de onheilsvoorspelling dat de Roemeense economie dit jaar 4 procent gaat krimpen en dat er ook volgend jaar geen sprake zal zijn van groei.
Nu is er voor de komende twee jaar 20 miljard euro extra beschikbaar om die economie een injectie te geven: een lening van zo’n 13 miljard van het IMF en een miljardje links en rechts van Europese Unie, Wereldbank en nog zo wat instellingen. De Roemenen worden wel geacht hun begrotingstekort te beteugelen en dat gaat in dit deel van Europa heel wat minder zachtzinnig dan in Nederland, waar, voor zover ik begrijp, eigenlijk helemaal niks gebeurt. Er wordt stomweg gesneden in de salarissen van ambtenaren en andere in de openbare sector en in de pensioenen, die toch al niet veel voorstellen.
Kortom, zelfs voor Basescu zal het moeilijk zijn om mooi weer te blijven spelen. Hoewel, aan het eind van dit jaar worden er presidentsverkiezingen gehouden en dan weet je maar nooit...
dinsdag 13 januari 2009
doodsmak
(geen) gas

maandag 1 december 2008
woepie!
Ik ga volgende week naar Slovenië, naar de hoofdstad Ljubljana om precies te zijn. Gebeurt daar dan iets? Nou, eigenlijk niet, behalve dan dat de World Press Photo tentoonstelling er te zien zal zijn en ik ook. In het openbaar nog wel. Ik ga daar allerlei wijze dingen zeggen over journalistiek in landen in transitie en meer in het algemeen over "De uitdagingen van de journalistiek: de valkuilen van vooringenomenheid, eenzijdigheid en druk van de markt". Pfoehh. Nou ben ik natuurlijk razend intelligent, maar jemig, wat moet ik daar nou in godsnaam over vertellen?Eerst moet ik een student of tachtig te woord staan op de universiteit en daarna is er een rondetafeldiscussiebijeenkomst met andere journalisten en allerlei hoogmogenden uit de Sloveense media. Misschien wel een heuse minister. Ik ben dan wel gewend om voor grote publieken op te treden, maar op radio en televisie zie je die mensen tenminste niet. Straks zit ik tegen al die hoofden aan te kijken en die gaan dan zitten gapen, uit hun neus zitten eten, op hun horloge zitten kijken of het nog geen tijd is en zitten kletsen met hun buurman of -vrouw. Misschien gaan ze wel propjes schieten of nog erger. En ik kan toch moeilijk een minister de klas uitsturen of strafwerk geven. De laatste keer dat ik in het openbaar heb gesproken was toen mijn vader vijfenzestig werd en geloof me, dat is al heel lang geleden.
Die rondetafelbijeenkomst (wedden dat de tafel vierkant is, of rechthoekig) staat onder voorzitterschap van mevrouw Vida Petrovčič (moet daar geen ć op het eind? Rare Slovenen...). Mij zegt die naam helemaal niets, maar ze schijnt in Slovenië erg bekend te zijn. Ze heeft ook boeken geschreven, zag ik op internet:

Ik neem maar aan dat dit over koken gaat.
Op zich is het natuurlijk leuk om naar Ljubljana te gaan. Ik kom daar zelden. Alleen op weg naar Nederland rijd ik er wel eens doorheen. Goede mogelijkheid om de Slovenen een beetje beter te leren kennen. Want ik mag dan wel denken dat er in die rijke uithoek van het voormalige Joegoslavië nooit iets gebeurt, daar denken zij waarschijnlijk heel anders over.
donderdag 5 juni 2008
reet



bliksem

Zo werkt het maar al te vaak. Natuurlijk kan je als journalist niet eindeloos ergens blijven plakken, maar het is goed als consument van onze informatie op de hoogte te zijn van de beperkingen. Hoewel we veel pretenderen te weten, kunnen we die pretentie lang niet altijd waarmaken.
Neem nu één van de onderwerpen waarvoor ik in Roemenië was: de roma, een wereld op zich, een wereld die, wil je er écht iets van te weten komen, maanden van onderzoek vergt. Ik zeg niet dat je ook persé tussen de rotzooi van de zigeunerwijken van Boekarest moet wonen. Ik woon ook niet onder de Gazela-brug, een van de ghetto’s van de roma in Belgrado en toch weet ik dat de Belgradose zigeuners elke dag, avond en nacht de vuilcontainers afstruinen, dat ze de straten vegen, dat ze bij stoplichten ongevraagd je voorruit ‘wassen’, dat ze hun kinderen prostitueren, dat de meisjes vaak al kinderen hebben als ze dertien of veertien zijn en dat geen bruiloft compleet is zonder roma-orkest. Gewoon, omdat ik het elke dag zie én omdat ik er met mensen (ja, ook met roma) over praat.
In de korte tijd in Boekarest heb ik veel narigheid gezien, maar dat wil niet zeggen dat ik precies wéét wat ik gezien heb. Gelukkig heb ik me niet tot een kant van het verhaal beperkt. Als je deze plaatjes ziet, dan denk je: och gut, wat een lieve bruine kindertjes:



De grote vraag is wat je ermee moet, als je er iets mee moet. Ovidiu Filipescu (een Roemeen) is de directeur van het schooltje waar ik de foto’s van de kindertjes heb gemaakt. Hij legt de verantwoordelijkheid grotendeels bij de roma zelf, met name bij de ouders, verwijt hen dat ze hun dochtertjes van elf de hoer uit laten hangen, dat ze hun kinderen op hun twaalfde uithuwelijken, dat ze hun kinderen laten bedelen en stelen, dat ze hun kinderen van school afhalen, niet naar de dokter sturen als ze ziek zijn en nog veel meer.
Aan de andere kant staat Nicolae Caldararu, een goedige dikzak (rom) en betrokken bij één van de politieke partijen van roma in Roemenië. Caldararu zegt dat het nooit iets met de roma wordt, zolang ze geen werk hebben en dus geen geld verdienen. Hij spreekt van een “verborgen discriminatiepolitiek”, zoiets als ‘onofficiële appartheid’. Maar ja, dan vertelt hij ook trots dat hij uit een familie van koperenketelmakers komt en dat zijn oom dat heel goed kan, maar dat helaas niemand meer koperen ketels koopt en dat zijn oom dus maar wat zit te zitten op de markt. Tsja, de wereld verandert. Caldararu concludeerde: “Ook de roma zijn schuldig, maar de anderen zijn schuldiger”.
Ik heb vaak de neiging Filipescu’s zijde te kiezen. Want welke ouder doet z’n kinderen nu zulke dingen aan? Maar ik weet dan ook niet hoe het is om tussen de heroïnespuiten en het afval te spelen, ik weet niet hoe het voelt om als kleuter te lopen bedelen, om als tiener de hoer uit te hangen “voor twee broden per dag”, om uit stelen gestuurd te worden, om hooguit een paar jaar lagere school te hebben en, in combinatie met je huidskleur, geen enkele kans op werk te hebben. Tel generatie bij generatie bij generatie bij generatie op en dan mag het haast een wonder heten dat in ieder geval nog een paar roma iets van hun leven weten te maken.
Als mijn voorruit na een opgedrongen behandeling door een straatautoruitenwasser weer eens smeriger is dan ervoor en als er ook nog eens op agressieve toon geld voor wordt geëist, dan reageer ik net als iedereen: “Donder op, klootzak.” Toch maar eens over nadenken of ik dat de volgende keer wel moet doen.
dinsdag 3 juni 2008
geduld
Ik zit dus in Roemenië. Om de een of andere reden wil het hier niet erg met de internetverbindingen en tijd heb ik ook al niet veel. Heb dus geduld. Donderdag ben ik weer in Belgrado, met vast een boel verhalen en plaatjes. Aanvaardt mijn nederige excuses. Tot donderdag.
zondag 1 juni 2008
ontwaak roemeen

În care te-adânciră barbarii de tirani
Acum ori niciodată croieşte-ţi altă soarte,
La care să se-nchine şi cruzii tăi duşmani.
(Ontwaak, Roemeen, uit de slaap der dood
Waarin barbaarse tirannen je susten
Nu of nooit: geef je lot 'n and're wending
Zodat het zelfs des vijanden wreedheden onderwerpt)

Ik word ook geacht maar liefst driehonderd woorden te schrijven over de positie van roma bij de oosterburen. Dat zal een diepgravend verhaal worden.

Hoewel het hier vlakbij is, kom ik zelden in Roemenië. Gek eigenlijk, het is een groot land met 22 miljoen inwoners, het is lid van de EU, er gaat voortdurend van alles en nog wat mis en ook over wat er wel goed gaat, valt veel te berichten, maar om de een of andere reden interesseert het niemand. Laten we daar nu eens verandering in gaan brengen.







