
De Amerikanen
eisen weer eens wat van Servië. Het gaat over de Kovačević-zaak waar ik op 2 juli al over schreef. In het kort: Miladin Kovačević (Servisch staatsburger, 21 jaar, 2,06 meter, 127 kilo) heeft in New York een Amerikaans staatsburger bijna doodgeslagen. Hij werd gearresteerd, kwam op borgsom vrij, kreeg een noodpaspoort op het Servische consulaat in New York en wist niet hoe snel hij het land uit moest. Sindsdien zit hij in Servië. Zijn familie heeft hier iets gemompeld in de zin van: Miladin vertrouwt de Amerikaanse rechtspraak niet blabla, hij wil zich met alle liefde hier verantwoorden blabla. Onzin natuurlijk, Miladin wil gewoon niet boeten voor wat hij heeft gedaan. Maar toch...
De Amerikanen oefenen extreem zware druk uit op de Servische regering om Kovačević per kerende post terug naar New York te sturen en wel voor 1 augustus. Servië is namelijk zo'n land dat je niet iets vraagt of waarmee je diplomatiek overlegt, daar eis je als VS iets van. Geeft Servië geen gehoor aan die eis, dan dreigt stopzetting van de Amerikaanse hulpprogramma's, zei de New Yorkse senator Charles E. Schumer, een man die zich het lot van slachtoffer Bryan Steinhauer heeft aangetrokken. Ook Hillary Clinton, van wie de Steinhauers naar verluidt huisvrienden zijn, bemoeit zich ermee. Samen hebben de twee senatoren minister van buitenlandse zaken Condoleezza Rice gevraagd om uitlevering te eisen van Servië. Let wel, we hebben het hier over een ordinaire knokpartij in een kroeg; geen fijne, maar laten we de boel wel in z'n verband zien.
Juridisch is de zaak behoorlijk ingewikkeld en geloof het of niet, er bestaan buiten de Verenigde Staten ook landen met wetten en regels waar de lokale autoriteiten zich aan hebben te houden. Volgens Kovačević' advocaat Veselin Čerović verbiedt de Servische grondwet uitlevering van eigen onderdanen. (Natuurlijk wel aan het Joegoslavië Tribunaal, zoals we deze week hebben gezien, maar daar bestaat een speciale wet voor). Minister van buitenlandse zaken Vuk Jeremić, pas in New York omdat hij weer eens bij de Veiligheidsraad moest zijn vanwege Kosovo, deelt die mening. Čerović zegt dat geweldenaar Miladin in Servië moet worden berecht en dat kan weer niet, omdat de Amerikanen weigeren het dossier over te dragen.

Er bestaat een meer dan honderd jaar oud uitleveringsverdrag tussen de twee landen en dat is nu voer voor juristen. Dat verdrag werd in 1902 gesloten tussen het toenmalige Servië en de Verenigde Staten. Dat oude Servië is eerst opgegaan in het Koninkrijk der Serviërs, Kroaten en Slovenen, toen in Joegoslavië, toen in Servië en Montenegro en nu is het weer Servië. Vraag: gelden de verdragen die destijds zijn gesloten en die nooit zijn gewijzigd of opgezegd nog steeds voor het huidige Servië? Interessante vraag. De Amerikanen vinden natuurlijk van wel.
Toen ik deze zaak aan het uitzoeken was, stuitte ik op een artikel van 2 december 2007 uit de Britse Times. "De VS zegt dat ze het recht heeft Britse burgers te ontvoeren", stond erboven. Het Amerikaanse Hooggerechtshof zou hebben goedgekeurd dat Amerikaanse opsporingsdiensten niet-Amerikanen in hun eigen land mogen arresteren en naar de VS mogen overbrengen om daar terecht te staan. En dan gaat het niet alleen om mensen die van terrorisme worden verdacht. Het hof zou dat in een fraudezaak hebben toegestaan en het zou dus net zo goed op kunnen gaan voor Miladin Kovačević. Ik zou me maar goed verstoppen als ik hem was. Probeer eens een lange witte baard, lang wit haar en een gekke bril.
Waarom besteed ik nou zoveel aandacht aan deze eigenlijk heel onbelangrijke zaak? Niet omdat ik vind dat Kovačević de dans moet ontspringen. Ik zou er geen traan om laten als hij voor een flink aantal jaren achter de talies verdwijnt. Maar ik krijg pukkeltjes van de manier waarop de Amerikanen proberen wereld de wet voor te schrijven. Gelukkig zijn Serviërs te eigenwijs om dat zomaar te laten gebeuren.
Fijn he, een bijna Karadžićloze post. Inmiddels is het sinds zijn arrestatie trouwens wel zulk weer (wraak van boven????):